Pioenen nieuwsbrief, mei 2016

Hierbij sturen wij u onze nieuwsbrief met als onderwerp: pioenen. Speciale aandacht krijgt de informatie die nu relevant is voor de pioenen teelt. Wij vertrouwen erop dat deze informatie u helpt bij een succesvolle teelt. Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd contact met ons opnemen.

Botrytis bestrijding

Knop Botrytis is dezelfde Botrytis die omvallers veroorzaakt in uw gewas. Het spreek dus voor zich dat percelen die last veel omvallers gehad hebben,de meeste kans lopen om ook problemen te krijgen met knop Botrytis.
 
Knopval bij pioenrozen is elk jaar een belangrijke kwaal. Hoewel Botrytis het snelst groeit bij nat en warm weer, ontstaan de grootste problemen juist bij koud en nat weer, vlak voor de bloei. De bloemen rijpen dan niet af en staan te lang in een kwetsbaar stadium op de plant. in dit stadium groeit de schimmel vanuit het kleine blaadje onder de bloem de knop in. Als het daarna warm en vochtig wordt, vallen de knoppen vlak voor de bloei in grote getale om.
 
Door preventief te spuiten kan de ontwikkeling van knopbotrytis geremd worden.
Teldor  Switch en Collis zijn sterke middelen voor de bloei, en verleden jaar hebben Luna Sensation en Signum ook een toelating gekregen. Gebruik een uitvloeier om het middel goed rondom de bloemknop te krijgen.

Het is van groot belang om in de weken voor de bloei een korte interval aan te houden met de botrytisbespuitingen. Het afwisselen van de beschikbare middelen is belangrijk om resistentie te voorkomen. Met Luna Sensation is er een zeer sterk middel bijgekomen in de botrytisbestrijding. Luna Sensation heeft een lange werking en ook een lage uitval in de bewaarcel. Voeg bij de botrytisbespuiting een bladmeststof toe om het gewas goed op kleur en vitaal te houden.

Botrytus in de knop


Slawortelboorder

Slawortelboorder

Dit jaar is de wortelboorder bijzonder actief. In de kassen zijn de eerste vlinders al uitgevlogen.
Als de vlinders uitgevlogen zijn is dit te herkennen aan de lege vliesjes (hulsjes) die op de grond rondom de pioen te vinden zijn.

Slawortelboorder


Beeldenbank uitgebreid met gebreksziekten

De Beeldenbank ziekten, plagen en onkruiden is uitgebreid met een nieuwe categorie: gebreksziekten in boomkwekerijgewassen.

http://databank.groenkennisnet.nl/gebreksziekten.htm


Onkruidbestrijding

Er worden op dit moment middelen gebruikt waarvan wordt aangenomen dat ze geen schade veroorzaken. Ze worden pas zo kort gebruikt dat er nog veel te weinig ervaring mee is opgedaan. Probeer daarom de onkruidbestrijding zoveel mogelijk onderdoor met een spuitkap uit te voeren.
De belangrijkste valkuil is ophoping van bepaalde middelen.Omdat pioenen lang op dezelfde plaats staan wordt vaak elk jaar hetzelfde gespoten. Dit houdt in dat middelen na enkele jaren wel eens anders zouden kunnen werken dan in het eerste jaar. Probeer dus voor afwisseling te zorgen.


Bemesting

Stikstof is het element dat het meest en gemakkelijkst word opgenomen door de plant,
bij sterke groei, zoals en de eerste weken bij de vegetatieve groei (lengte groei ) is veel
stikstof nodig. Bij stikstofgebrek ontstaat een licht groene bladkleur, minder lengte groei,
te vroege bloei en de plant is heel gevoelig voor schimmelziekten.
Extra steellengte kan soms nog bereikt worden door een extra gift van ammoniumnitraat. Onthoud wel dat stikstof niet alleen de groene bladeren groter maakt, maar ook de bladeren van de bloemen! Meer stikstof geeft grotere bloemen.

Fosfaat heeft een zeer gunstige werking op de vorming van het hoofd wortelgestel. Enkele weken voor de bloei in samenwerking met kali heeft fosfaat een gunstige werking op de bloemvorming grotere en dikkere toppen. Daarom word geadviseerd voor de bloei extra fosfaat en kali mee te geven. Bij fosfaat gebrek blijven de bladeren kleiner, en blekere bloemen, eventuele bloeiverlating en rood paars verkleuring van de bladeren. (bij lage temperaturen kunnen gebreks verschijnselen optreden). Overmaatverschijnselen komen in principe niet voor omdat fosfaat zich gemakkelijk bind aan de gronddeeltjes, maar een grote overdaad kan er wel voor zorgen dat het magnesium niet meer opneembaar is voor de plant en geeft dus magnesium gebrek.

Kali verzorgt de stevigheid van het blad en de stengel, en zorgt tegen de bloei samen met fosfaat voor grotere en dikkere toppen. Bij voldoende kali kan een plant zich beter verweren  tegen schimmels en bacteriën. Bij kali gebrek vergelen de bladranden beginnend bij de oudere onderste bladeren, ook worden alle bladeren smaller en de takken dunner. Overmaat van kali geeft zoutschade en laat een slechte groei van de plant zien. Bij een heel hoge kaligift wordt de opname van calcium en magnesium wel bemoeilijkt.
 
Magnesium geeft de plant het frisse gezonde groene uiterlijk. Het heeft ook een
functie voor de celwand en stevigheid van het weefsel, en is een bouwsteen voor verschillende enzymen. Bij magnesium gebrek zie je het blad geel worden (bij lage temperaturen kunnen gebreks verschijnselen optreden), terwijl de bladnerven groen blijven. Overmaat komt in principe niet voor.

Calcium wordt door de plant gebruikt voor de stevigheid en de opbouw van cellen. het is de ruggengraat voor de plant. Calcium is heel belangrijk voor de waterhuishouding van de plant en is onmisbaar bij hoge temperaturen. Bij ‘n hoge temperatuur verdamt de plant veel en moet hierdoor meer water op nemen. Calcium gebrek ontstaat bij een te snelle groei en een te hoge luchtvochtigheid, hierdoor kan de plant te weinig of niet verdampen. Als een plant niet kan verdampen, neemt hij ook geen water met voeding meer op. Bij gebrek sterven de jonge bladeren (bladranden), en de plant is ook weer gevoeliger voor schimmel aantasting. In de kas moet zeker calcium gegeven worden, zij het iets minder bij het gebruik van slootwater.

Spoorelementen hier word in de teelt te weinig aan besteed, spoorelementen zijn de vitaminen en mineralen voor de plant. Spoorelementen zijn: Fe = IJzer, Mn = Mangaan, B = Borium, Zn = zink, Cu = koper en Mo = Molybdeen (Hoge cijfers betekend veelal een hoge PH). Al deze elementen hebben een belangrijke functie en zijn ook de bouwstenen van de plant. Spoorelementen zijn mede noodzakelijk voor de waterhuishouding, celdeling en stofwisseling van de plant. De spoorelementen worden door de plant opgenomen via de haarwortels, dus het is belangrijk dat je een pruik met haarwortels aan je planten krijgt. Daar er in de voeding die wij in de handel kopen weinig tot geen spoorelementen aanwezig zijn is het belangrijk om deze extra mee te geven tijdens elke voedingsbeurt.

Meten = Weten
Neem met regelmaat in vaste periodes een grond / bladmonster zodat u een beter beeld krijgt van de behoeftes van de plant.

Normale bemestingsgiften kg/ha voor pioen op jaarbasis
(bij normale grondwaardering)N- behoefte: 150 kg/ha
Fosfaat, kg P2O5: 100 kg/ha
Kali, kg K2O: 225 kg/ha

Magnesium, kg MgO: 100 kg/ha


Kort voor de bloei kan men corrigerend/ sturend bemesten met:
Stikstof via bladbespuitingen i.v.m grotere knop
Magnesium via bladbespuitingen i.v.m kleur
Calcium via bladbespuitingen i.v.m hardheid
Spoorelementen o.a. mangaan en ijzer i.v.m kleur

Na de bloei, bemesting geven voor knopaanleg volgende seizoen.
* Kalium helft strooien (o.a Patentkali)
* Stikstof minimaal 50 kg
* Magnesium (bitterzout)

Let er dan wel op dat er in deze periode voldoende water voor de plant beschikbaar is om de meststoffen op te nemen. Droogte in die periode schaadt de bloemproductie voor het volgende jaar. Een actief bodemleven is dus van belang; vochtige grond en een juist organische stofgehalte zijn zeer belangrijk om de opname van bovengenoemde meststoffen te bevorderen.


Organische meststoffen na de groei

Na de bloei kunt u op verschillende manieren meststoffen toedienen.
DCM levert langzaamwerkende organische meststoffen die perfect passen in de pioenenteelt. Na de bloei is er vooral behoefte aan stikstof en kalium voor productie  en plant opbouw voor volgend jaar!  Zo produceren de pioenen elk jaar weer maximaal takken. Dit kunt u op een aantal manieren invullen. U kunt kiezen voor een samengestelde organische meststof bijvoorbeeld DCM Mix 6 (6-3-18+3MgO) of de elementen apart van elkaar toedienen.
Bij het apart van elkaar toedienen is de combinatie van Vivikali met een reguliere stikstof meststof bekend. Het voordeel van Vivikali ten opzichte van bijvoorbeeld patentkali is het veel lagere “zoutgehalte” in deze meststof. Dit betekent dat deze meststof veel zachter voor de wortels is. En zeker in de periode van extreme droogte is dit zeer belangrijk. Tevens bevat Vivikali van zichzelf sporenelementen, hormonen en bevordert het bodemleven.  De dosering van Vivikali ligt normaal tussen 400 en 600 kg per ha.
Door de droge omstandigheden is de opname van de elementen niet altijd optimaal. Om toch voldoende voeding in de plant te houden, is een bladmeststof een goede optie om de plant in goede conditie te houden.


Aaltjes

Vrijlevende wortelaaltjes: Vrijlevende wortelaaltjes prikken de wortels van waardplanten alleen oppervlakkig aan. De aaltjes komen op zandgrond en lichte zavel voor. Vrijlevende wortelaaltjes hebben zeer veel waardplanten. Economisch gezien zijn de vrijlevende wortelaaltjes de belangrijkste veroorzakers van problemen. Alle vrijlevende wortelaaltjes zijn in staat het Tabaksratelvirus (TRV) over te dragen.

Wortelknobbelaaltjes: wees bij aankoop of bij verwerking alert op de aantasting door het wortelknobbelaaltje. Een sterk vertakt wortelgestel of zichtbare knobbeltjes duiden hierop. Wortelsnoei biedt mogelijkheden maar de achtergebleven aaltjes verspreiden zich spoedig over de jonge haarwortels die in het voorjaar aangroeien. Een warmwater behandeling biedt wel uitkomsten.

Bladaaltjes: Een aantasting van aaltjes is duidelijk te zien aan een misvorming van het blad. De bladeren zijn halfrond vergroeid en het weefsel ziet er misvormd uit. Van jonge scheuten kan soms het groeipunt verdrogen.
 

Daarnaast kan bloemknopverdroging optreden. Dit is duidelijk te herkennen aan zwart verrotte bloemdelen met eromheen nog gezonde kroonbladeren. De bloemknoppen kunnen in elk stadium verdrogen. Soms komt de knop wel in bloei maar is de bloem misvormd.

Voor verspreiding in het gewas hebben aaltjes water nodig. De aaltjes bewegen zich naar andere delen van een plant over een filmpje van water dat op het blad ligt na het (be)regenen van het gewas of bij hoge luchtvochtigheid. Verspreiding vindt ook plaats tijdens gewaswerkzaamheden. Omdat verspreiding plaats vind tijdens nat blad moet je niet in gewas lopen en of spuiten, dus spuiten vanuit paden.

Het aaltje geeft eigenlijk pas schade in het seizoen na de besmetting. Toch is de besmetting in het eerste jaar te herkennen. De bladeren laten dan blauwe, strak door de nerven afgebakende vlakken zien. Na een regenbui breidt dit zich uit naar het volgende nerfvak.

Aaltjes overwinteren o.a. in dood blad op de grond en in de jonge groeipunten van de pioen. In het voorjaar gaan de aaltjes met de gewasgroei mee omhoog of ze kruipen in een waterfilm op de plant naar boven. Voor hun voeding zuigen ze aan de plant. Tijdens het aanprikken en leegzuigen van de cellen brengen de aaltjes een voor de plant toxische stof in de cellen. Hierdoor ontstaat misvorming in de groeipunten, verdroging van bloemknoppen en totale groeiremming. 
 
Aaltjes kunnen overigens ook mee liften op onkruid(zaden) en daardoor het perceel besmetten.

Maatregelen:

  • Perceel vrij van onkruid houden.
  • Verwijder de verdroogde bloemknoppen.
  • Spuit als het blad nat is van de dauw in de avond, omdat de aaltjes dan aan de buitenkant van het blad zitten 3 x met Vertimec Gold.
  • Maai in het najaar het gewas ½ augustus af en verwijder de gewasresten. Doe dit alleen bij droog weer.


Virus

Tabaksratelvirus: Het virus wordt in de bodem overgebracht door vrijlevende wortelaaltjes. De aantasting is vaak pleksgewijs. Soms komen gezonde scheuten naast zieke voor aan dezelfde plant. Het virus gaat bij vegetatieve vermeerdering over op het grootste deel van de nakomelingen.
 
Het virus heeft een zeer brede waardplantenreeks, waaronder bloembolgewassen en onkruidsoorten o.a vogelmuur, varkensgras en herderstasje fungeren als waardplant. Het virus kan ook verspreid worden vanuit een beukenhaag.

Syptomen:

  • De bladeren hebben gele vlekken, vaak in kringvorm, enkel- en meervoudige kringen en golflijnen
  • Op de bladeren en soms op de stengel bruine tot zwarte streepjes en vlekjes
  • Soms een gedrongen groei, bladeren gebobbeld, gedrongen en/of samengeknepen
  • Het virus kan ook symptoomloos voorkomen in bijvoorbeeld pioen

Maatregelen organische stof in de vorm van compost of champost kunnen de infectiedruk verlagen.

  • Gezond uitgangsmateriaal. (ga kijken voor je koopt)
  • Bestrijd onkruiden, vooral wortelonkruiden, omdat deze waardplanten zijn van de aaltjes
  • Verwijder zieke planten
  • Teel geen gewassen op gronden waarvan bekend is dat ze besmet zijn met tabaksratelvirus
  • Grond stomen

Komkommermozaïekvirus kan door een groot aantal bladluissoorten worden overgebracht, waaronder de groene perzikluis. Bladluizen kunnen het virus opnemen door slechts enkele seconden op een zieke plant te zuigen. Als ze vervolgens doorvliegen naar een gezonde plant en deze aanprikken, kan het virus onmiddellijk worden overgedragen. Virusoverdracht vindt vooral plaats naar de planten in de directe omgeving. Het virus gaat bij vegetatieve vermeerdering over op de nakomelingen.
 
Komkommermozaïekvirus heeft een zeer brede waardplantenreeks waaronder onkruiden als: muur, klein kruiskruid, witte en paarse dovenetel, knopkruid en zwarte nachtschade.

Syptomen:

  • De bladeren hebben lichtgroene tot gele kringen, figuren en vlekken op het blad
  • Vaak treedt er ook groeivermindering en bladmisvorming op 

Maatregelen:  

  • Gezond uitgangsmateriaal. (ga kijken voor je koopt)
  • Bestrijd onkruiden
  • Verwijder zieke planten
  • Voer bespuitingen uit tegen bladluizen

 
Bladroller
Bladrollers danken hun naam aan het feit dat de rupsen zich tussen bladeren inspinnen. De bladeren rollen daardoor op. Bij pioenrozen vreet dit kleine bewegelijke zwarte rupsje zich in de bloemknop van de plant. De roller is niet alleen lastig te vinden, maar veroorzaakt ook direct schade aan de bloemknop. Regelmatig controleren is dus noodzakelijk. Bladrollers zijn te bestrijden met o.a Decis, Runner, Turex en Xen Tari.


Green Works Care™

Na uitgebreide testen en onderzoeken i.s.m. verschillende instituten in binnen en buitenland introduceren wij Green Works Care™ voor pioenrozen.
Uit onze testen is zeer nadrukkelijk het verschil tussen warmwater behandelingen en Green Works Care™ naar voren gekomen.


Voordelen:

  • Geen schade door warm water behandeling
  • Minder uitdroging van de planten doordat we in eigen huis de care behandeling uitvoeren
  • Speciale preventieve behandeling tegen wortelknobbel en bladaaltjes
  • Planten behouden meer inhoud en groeikracht
  • Plant groeit in het eerste jaar beter weg
  • Vanaf het tweede en derde jaar meer bloei

Contact

Als u geïnteresseerd bent of vragen heeft, neem dan contact op met:

 

Ed Kleijbeuker

Tel.: +31 (0)6 24 94 64 05
Mail: ed@green-works.nl

Daan Kneppers

Tel.: +31 (0)6 51 82 47 12
Mail: daan@green-works.nl

 

Bekijk het Pioenen assortiment per soort: