Beste pioenenkweker,

Hierbij sturen wij u onze nieuwsbrief met als onderwerp: pioenen. Speciale aandacht krijgt de informatie die nu relevant is voor de pioenen teelt. Wij vertrouwen erop dat deze informatie u helpt bij een succesvolle teelt. Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd contact met ons opnemen.

Botrytis bestrijding

Door zijn snelle groei is de pioen weinig bestand tegen klimaatwisselingen, Rondom de beschadigingen die daaruit voortvloeien, vormt zich bijna zeker Botrytis. Vooral waneer pioenen niet beschermd worden tijdens de groei, blijft de schimmel voor grote problemen zorgen. Extra bespuitingen zijn dus zeker nodig in deze kritieke periode. Als goede en effectieve middelen worden vooral Teldor, Kenbyo en Switch genoemd.

PS Na nachtvorst 2 dagen niet spuiten i.v.m. zwak gewas

 

Vorstschade bij een PioenKnop Botrytis is dezelfde Botrytis die omvallers veroorzaakt in uw gewas. Het spreek dus voor zich dat percelen die last veel omvallers gehad hebben,de meeste kans lopen om ook problemen te krijgen met knop Botrytis.

Knopval bij pioenrozen is elk jaar een belangrijke kwaal. Hoewel Botrytis het snelst groeit bij nat en warm weer, ontstaan de grootste problemen juist bij koud en nat weer, vlak voor de bloei. De bloemen rijpen dan niet af en staan te lang in een kwetsbaar stadium op de plant. in dit stadium groeit de schimmel vanuit het kleine blaadje onder de bloem de knop in. Als het daarna warm en vochtig wordt, vallen de knoppen vlak voor de bloei in grote getale om.

Knopval bij pioenrozen is elk jaar een belangrijke kwaal. Hoewel Botrytis het snelst groeit bij nat en warm weer, ontstaan de grootste problemen juist bij koud en nat weer, vlak voor de bloei. De bloemen rijpen dan niet af en staan te lang in een kwetsbaar stadium op de plant. in dit stadium groeit de schimmel vanuit het kleine blaadje onder de bloem de knop in. Als het daarna warm en vochtig wordt, vallen de knoppen vlak voor de bloei in grote getale om.

Botrytis in pioen bloemBotrytis in knop

 

 

 

 

 

Phytophthora
 

Een redelijk nieuwe aantasting in pioenen is Phytophthora. De infectie vindt plaats onder vochtige omstandigheden via verwondingen. De schimmel kan jarenlang in plantenweefsels of in de grond overleven. De eerste aantasting is te herkennen aan zwarte, slappe blaadjes in het gewas. Bij een aantasting in het voorjaar door Phytophthora ontstaan bruine tot grauwzwarte vlekken op de stengeldelen en komen deze takken als een soort zwarte haakjes op en groeien niet verder dan 10cm. Eenmaal aangetast is het vrijwel niet weg te krijgen. De plekken voelen vaak sponsachtig en zacht aan waarbij het merg donkerbruin en natrot is, o.a. Kansas en Duchesse zijn hier gevoelig voor. Spuit preventief met bijvoorbeeld Moancozeb of het nieuwe middel Signum.

Phytophthora is makkelijk te verwarren met nachtvorstschade. In allebei de gevallen sterft de kop van de plant, kleurt zwartbruin, verdroogt en buigt de kop naar beneden. Het verschil is snel vast te stellen doordat bij nachtvorstschade op de grens van ziek en gezond weefsel in de stengel een holte ontstaat.
Ook bladaaltjes kunnen bij een ernstige aantasting een afgestorven kopje geven, maar de kop buigt dan niet naar beneden. Vaak zijn dan kleine, halfgevormde blaadjes te zien.

Het is daarom goed om verdachte planten op de aanwezigheid van Phytophthora te laten onderzoeken om daarmee onnodig gebruik van dure gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen.

Maatregelen:

  • Gebruik gezond uitgangsmateriaal
  • Zorg voor een goede bodemstructuur
  • Vermijd een te natte grond en zorg voor voldoende water afvoer.
  • Vermijd een te hoog zoutgehalte van de grond
  • Voeg tijdens de bespuitingen tegen Botrytis af en toe een Phytophthora middel toe

Phytopthora in een pioenPhytopthora in een pioen

 

 

 

 

 

 

 

Bladvlekkenziekten
 

Bladvlekkenziekten veroorzaken steeds meer problemen in de teelt van pioenen. Bladvlekken schimmels en Botrytis spp. veroorzaken verschillende soorten bladvlekken in de pioenroos, zie de onderstaande foto’s. Beide schimmels gedijen goed onder warme en vochtige omstandigheden. Beide schimmels overleven op gewasresten.

Bladvlekken aantasting in een PioenBotrytis en bladvlekken

 

 

 

 

 

 

Symptomen
Bladvlekken zijn goed van Botrytis te onderscheiden. Zie hieronder de symptonen van Botrytis en van Bladvlekken.

Botrytis: 

  • Bij Botrytis is sprake van een lichtbruine vlek waarbij al snel het hele of halve blad is aangetast
  • De aantasting zit vaak aan de uiteinden van het blad
  • Ontstaat vanaf de bovenkant
  • Onder vochtige omstandigheden vindt u een grijze sporenmassa op het aangetaste blad

Bladvlekken:

  • Vlekken verspreid over het hele blad
  • De vlekken beginnen als lichtrode / purperrode plekjes
  • Later groeien deze vlekken uit tot onscherp begrensde, paarsbruine vlekken

Maatregelen:

  • Gebruik gezond uitgangsmateriaal
  • Na het kleppelen/afmaaien gewasresten verwijderen
  • Geef ’s morgens water zodat het gewas droog de nacht in kan
  • Spuit preventief met o.a Daconil, Flint, Ortiva of Switch. Wissel regelmatig tussen de groepen van middelen om resistentie te voorkomen

DCM Website voor advies

Organische bemesting van de buitenpioenen

De meest gebruikte organische meststof in de buitenteelt is de DCM MIX 5. Deze meststof heeft een NPK analyse van 10-4-8+3MgO. De stikstof heeft naast een snelle startwerking ook een langdurige werking. De kali is langzaamwerkend en op die manier blijft er genoeg beschikbaar om de plant voldoende stevigheid te geven bij het oogsten. De fosfaat is ook langzaamwerkend (afkomstig van organische grondstoffen) en heeft als groot voordeel dat het ook bij hogere pH (>6) goed opneembaar blijft. Dit is vooral van belang voor de beworteling van de plant en de goede vorming van de bloemknop. Organische meststoffen hebben niet alleen een langere werkingsduur, ze zijn bovendien milieuvriendelijk én veilig voor de plant (bevatten zeer weinig ballastzouten). Daarnaast dragen organische meststoffen ook bij aan het opbouwen van organische stof in de grond wat weer bevorderlijk is voor onder andere het bodemleven.

Kleur van het gewas

In de loop van het voorjaar kan een pioen een lichtere kleur krijgen doordat de grond nog te koud is en wortel niet actief genoeg en temperatuur al wel oploopt en gewas hard groeit of door een gebrek. Dit gebrek kan veroorzaakt worden door een tekort aan sporenelementen. Met name ijzer en mangaan kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. IJzergebrek uit zich in een gele verkleuring tussen de nerven in het jongere blad, mangaangebrek treedt vooral op in de oudere bladeren. IJzer is moeilijk opneembaar bij hogere pH (voor mangaan geldt dit ook), natte en droge grond en bij een koude/inactieve bodem. Dit tekort kan op een tweetal manieren aangepakt worden; sporen bijstrooien of een bladbemesting uitvoeren. Wel is het natuurlijk belangrijk om al op tijd te beginnen met het toevoegen van sporenelementen want bij een tekort kost het veel moeite om dit weer op peil te brengen, voorkomen is beter dan genezen.

Sporen strooien

Sinds kort is er een langzaamwerkende strooibare sporenmix verkrijgbaar, genaamd DCM MICRO-MIX. De sporen zitten opgesloten in organische stof waardoor deze langzaam vrijkomen en ter beschikking van de plant komen. Deze mix bevat ijzer, mangaan, borium, zink, koper en molybdeen. Bij het op tijd strooien blijft de bodemvoorraad op een hoger peil wat een gebrek kan voorkomen. De sporen zijn zo samengesteld dat ze ook bij een hogere pH goed opneembaar blijven.

Bladbemesting

Naast het strooien van de sporen is het ook mogelijk om via het blad bijvoorbeeld ijzer toe te dienen. DCM OLEGA® FER is een bladmeststof welke ijzer, ureum en zeewierextract bevat. Het ijzer in DCM OLEGA® FER is gebonden aan een planteigen complex (citraat). Dit in tegenstelling tot de meeste andere ijzerbladmeststoffen welke gebonden zijn aan chelaten. Het planteigen ijzer heeft als voordeel dat het ijzer “herkend” wordt door de plant en meteen ingebouwd zal worden. DCM OLEGA® FER is snel werkend, veilig in het gebruik (kleiner molecuul dan een chelaat) en wordt qua werking versterkt in combinatie met het zeewierextract. Bij toepassing van bladmestoffen is het wel van belang om dit meerdere malen toe te dienen (3-4 keer).

Naast DCM OLEGA® FER is ook DCM OLEGA® COMPLEX te gebruiken. Deze bladmeststof bevat naast stikstof, fosfaat en kalium ook alle sporenelementen. De sporenelementen zijn gechelateerd en in combinatie met zeewierextract geeft dit weer een extra stimulans. DCM OLEGA® FER en DCM OLEGA® COMPLEX zijn onderling ook zeer goed mengbaar in een verhouding van 1:1. Eventueel toevoegen aan gewasbeschermingsmiddelen is ook mogelijk maar hiervoor moet wel de mengtabel geraadpleegd worden.

Deze kunt u opvragen via een van onze adviseurs via www.dcm-info.nl/pro/adviseurs/

Beeldenbank uitgebreid met nieuwe gebrekziekten

De Beeldenbank ziekten, plagen en onkruiden is uitgebreid met een nieuwe categorie: gebreksziekten in boomkwekerijgewassen.

www.databank.groenkennisnet.nl/gebreksziekten

Taxus Kever

Herkenning:
Zowel de volwassen kevers als de larven veroorzaken schade. Volwassen kevers vreten ronde gaten in de bladeren, beginnen bij de rand. De taxuskever vormt een plaag in een groot aantal siergewassen. Taxuskever is ook bekend als gegroefde lapsnuitkever.

Taxus KeverLarven

 

 

 

 

 

Wortels, wortelknollen en wortelstokken kunnen ernstig worden aangetast door de larven, maar ook doordat aan de stengelbasis de bast van de plant wordt geknaagd. Hierdoor is geen sapstroom meer mogelijk en verwelken de planten en sterven af. Eén larve kan al voldoende zijn om een plant te laten doodgaan.

Door de wonden die aan de wortel ontstaan, kunnen schadelijke organismen zoals schimmels en bacteriën de plant binnendringen.

Levenswijze
Een volwassen taxuskever is 8 - 12 mm lang, zijn bruinzwarte kleur en hebben vaalgele vlekjes. De dekschilden zijn gegroefd en met het lichaam vergroeid zodat ze niet kunnen vliegen. Ze zijn genoodzaakt te lopen, wat ze erg goed kunnen.

Vanaf mei tot oktober leggen de wijfjes eieren. De eieren zijn rond en eerst wit van kleur, maar al snel worden ze bruin. De larven leven in de grond. Zijn aanvankelijk 1 mm lang en worden uiteindelijk 12 mm lang. De kop is bruin, het lichaam wit doorschijnend tot roze-achtig. De taxuskever overwintert als larve in de grond. De volgroeide larven verpoppen in her voorjaar in de grond. Buiten is er één generatie per jaar. In de kas verloopt de ontwikkeling veel sneller en kunnen meerdere generaties per jaar voorkomen.

Maatregelen

  • Taxuskevers kunnen zowel chemisch als biologisch worden bestreden
  • Chemische bestrijding kan met behulp van Calypso
  • Biologisch bestrijding kan met behulp van insecten parasitaire aaltjes

Om zo goed mogelijk plantmateriaal te kunnen leveren voldoen onze planten aan de volgende voorwaarden

  • Jong, gezond plant materiaal (2 jarige teelt) 
  • Soort echt 
  • Vrij van aaltjes 
  • Vrij van wortel onkruiden
  • Nederlands geteeld
  • Gezonde planten, goed aan de maat; 2-3 ogen 75st per leliekrat, 3-5 ogen 50st per leliekrat

Pioenen Assortiment 2015 - 2016

Bekijk het gehele pioenen assortiment op onze website

 

Catalogus 2015Pioenen Catalogus 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verkoop & Teeltbegeleiding

Heeft u vragen? Wilt u meer komen te weten over de Pioenen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op en we zullen u verder informeren.