Beste pioenenkweker,

Maandelijks sturen wij een nieuwsbrief met als onderwerp: pioenen. Speciale aandacht krijgt de informatie die nu relevant is voor de pioenen teelt. Wij vertrouwen erop dat deze informatie u helpt bij een succesvolle teelt. Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd contact met ons opnemen. Wilt u altijd als eerste de nieuwsbrief krijgen? Meld je dan nu aan en bekijk de nieuwsbrief van januari/februari hieronder:

Onkruidbestrijding:
Onkruidbestrijding in pioen is niet probleemloos. Zeker nu, en daar bedoelen we mee in ieder geval vóór de opkomst van de neuzen, kunnen we het beste Kerb spuiten in combinatie met Chloor IPC. Kerb en  Chloor IPC hebben een krachtige werking bij lage temperaturen (lager dan 12°C, maar optimaal rond de 5°C) tegen zaadonkruiden o.a muur en brandnetel. Chloor IPC geeft het beste resultaat op een vochtige ondergrond bij donker weer. Bij warmte is er weinig werking van te verwachten. Spuit nooit in de regen. Door de regen kan het middel langs de neuzen de grond inlopen en schade veroorzaken. Als de neuzen al te zien zijn nooit Chloor IPC spuiten. Contactwerking van Chloor IPC op pioen betekent dat de geraakte scheut het hele seizoen niet meer groeit.

I.v.m. Schade aan de plant kunt u geen Stomp gebruiken in de kas.

Als de punten zichtbaar zijn kunt u o.a. nog spuiten met linuron, Goltix en Olie-H. Goltix geeft het beste resultaat op een vochtige ondergrond. Niet spuiten bij zonnig weer, spuit dus tegen de avond. Goltix ook niet gebruiken als er nachtvorst wordt verwacht i.v.m. versnelde afbraak.

De bestrijdingsmiddelen Basta en Linuron mag u nooit mengen maar na elkaar gebruiken i.v.m. schade aan de plant.

Botrytis:
De eerste behandeling van Botrytis vind plaats tijdens de opkomst. Omdat de schimmel overwintert door sporen op de grens van grond en lucht, wordt de nieuwe scheut besmet tijdens de opkomst.

Aangieten met Collis kan bij een gevoelig soort als bijvoorbeeld Flame het aantal omvallers met meer dan 90% verminderen. Wij willen dan ook het belang benadrukken van tijdig en preventief behandelen van de gewassen. Dat kan een aanzienlijk voordeel opleveren.

De dosering is maximaal 4 liter per ha en werkt het beste als er zoveel mogelijk op de plant wordt gegoten met veel water. (Voor gevoelige rassen 0,20 L per plant)  Regelmatig Collis gebruiken is gevaarlijk vanwege resistentie.

Ook het losmaken van de bovengrond in tunnels en kassen kan de schade door omvallers aanzienlijk beperken.

Bemesting:
Een topkwaliteit pioen vraagt om een uitgekiende bemesting.  De tijd is voorbij dat een baaltje van dit en dat voldoende was. Pioenen die al een aantal jaren vaststaan kunnen de grond verarmen en hebben zeker voeding nodig.

Niet voor niets is de pioen aangemerkt als hoogbehoeftig zomerbloemen gewas. Het stikstof gebruik van de pioen richt zich net als bij de meeste planten op de eerste fase van de groei. Zorg er daarom voor dat de stikstof op tijd voor de planten beschikbaar is. Op een laat tijdstip strooien met de gedachte dat de pioen dan minder lang en slap wordt, gaat niet op. Juist als de pioen te schraal staat, worden de takken slap en zijn ze meer gevoelig voor Botrytis. Een beetje meer gewas, zonder slap te worden, geeft ook de mogelijkheid om een blad meer te laten staan tijdens de oogst en voorkomt beurtjaren. Extra steellengte kan soms nog bereikt worden door een extra gift van ammoniumnitraat.

Onthoud wel dat stikstof niet alleen de groene bladeren groter maakt, maar ook de bladeren van de bloemen! Meer stikstof geeft grotere bloemen.

Hoofdelementen:
Stikstof
is het element dat het meest en gemakkelijkst word opgenomen door de plant, bij sterke groei, zoals en de eerste weken bij de vegetatieve groei (lengte groei ) is veel stikstof nodig. Bij stikstofgebrek ontstaat een licht groene bladkleur, minder lengte groei, te vroege bloei en de plant is heel gevoelig voor schimmelziekten.

Fosfaat heeft een zeer gunstige werking op de vorming van het hoofd wortelgestel. Enkele weken voor de bloei in samenwerking met kali heeft fosfaat een gunstige werking op de bloemvorming grotere en dikkere toppen. Daarom word geadviseerd voor de bloei extra fosfaat en kali mee te geven. Bij fosfaat gebrek blijven de bladeren kleiner, en blekere bloemen, eventuele bloeiverlating en rood paars verkleuring van de bladeren. Overmaatverschijnselen komen in principe niet voor omdat fosfaat zich gemakkelijk bind aan de gronddeeltjes, maar een grote overdaad kan er wel voor zorgen dat het magnesium niet meer opneembaar is voor de plant en geeft dus magnesium gebrek.

Kali verzorgt de stevigheid van het blad en de stengel, en zorgt tegen de bloei samen met fosfaat voor grotere en dikkere toppen. Bij voldoende kali kan een plant zich beter verweren tegen schimmels en bacteriën. Bij kali gebrek vergelen de bladranden beginnend bij de oudere onderste bladeren, ook worden alle bladeren smaller en de takken dunner. Overmaat van kali geeft zoutschade en laat een slechte groei van de plant zien.

Magnesium geeft de plant het frisse gezonde groene uiterlijk. Het heeft ook een functie voor de celwand en stevigheid van het weefsel, en is een bouwsteen voor verschillende enzymen. Bij magnesium gebrek zie je het blad geel worden, terwijl de bladnerven groen blijven. Overmaat komt in principe niet voor.

Calcium wordt door de plant gebruikt voor de stevigheid en de opbouw van cellen. Calcium is heel belangrijk voor de waterhuishouding van de plant en is onmisbaar bij hoge temperaturen. Bij ‘n hoge temperatuur verdamt de plant veel en moet hierdoor meer water op nemen. Calcium gebrek ontstaat bij een te snelle groei en een te hoge luchtvochtigheid, hierdoor kan de plant te weinig of niet verdampen. Als een plant niet kan verdampen, neemt hij ook geen water met voeding meer op. Bij gebrek sterven de jonge bladeren, en de plant is ook weer gevoeliger voor schimmel aantasting.

Spoorelementen hier word in de teelt te weinig aan besteed, spoorelementen zijn de vitaminen en mineralen voor de plant. Spoorelementen zijn: Fe = IJzer, Mn = Mangaan, B = Borium, Zn = zink, Cu = koper en Mo = Molybdeen. Al deze elementen hebben een belangrijke functie en zijn ook de bouwstenen van de plant. Spoorelementen zijn mede noodzakelijk voor de waterhuishouding, celdeling en stofwisseling van de plant. De spoorelementen worden door de plant opgenomen via de haarwortels, dus het is belangrijk dat je een pruik met haarwortels aan je planten krijgt. Daar er in de voeding die wij in de handel kopen weinig tot geen spoorelementen aanwezig zijn is het belangrijk om deze extra mee te geven tijdens elke voedingsbeurt.

Meten = Weten
Neem met regelmaat in vaste periodes een grondmonster zodat u een beter beeld krijgt van de behoeftes van de plant.

Normale bemestingsgiften kg/ha voor pioen op jaarbasis
(bij normale grondwaardering)

N- behoefte 200 kg/ha
Fosfaat, kg P2O5 100 kg/ha
Kali, kg K2O 225 kg/ha
Magnesium, kg MgO 100 kg/ha

Voor opkomst is het mogelijk te bemesten met:
Organisch materiaal
Stikstof (N)  125 kg toedienen voor de bloei
Fosfaat
Kalium helft strooien
Magnesium
Calcium 

In de winter is aanvulling met compost raadzaam, vooral bij wat oudere hoeken pioenen.

Alle voedingsstoffen moeten zoveel mogelijk in de juiste verhouding tot elkaar gegeven worden anders ontstaat er een beperkte factor dat we antagonisme noemen. Dit is in normaal Nederlands ''verdringing'' Het ene hogere aanwezige voedingselement verdringt het andere lagere voedingselement, en is hierdoor niet meer opneembaar voor de plant. Zo geeft een overmaat aan kali een remmende werking bij de opname van calcium, maar bij ‘n overdaad aan calcium kunnen grotere problemen ontstaan doordat calcium haast alle voedingselementen verdringt op stikstof na. Door deze verdringingen ontstaan meestal de gebrek en overmaat verschijnselen.

  • Antagonisme: (de doorgetrokken rode lijnen)een element hindert de opname van een ander voedingselement.
  • Synergisme:  (groene stippellijnen) een element bevordert de opname van een ander voedingselement.

DCM

Wat zijn DCM organische meststoffen?
Organische meststoffen zijn samengesteld uit verschillende plantaardige (bijvoorbeeld moutkiemen, cacaodoppen, meel van oliekoeken, tabakstof, vinasse) en dierlijke grondstoffen (bijvoorbeeld hoefmeel, beendermeel, verenmeel, haarmeel) van natuurlijke oorsprong. De voedingselementen (stikstof, fosfor en kalium) in deze meststoffen komen vrij naarmate bodemorganismen, zoals bacteriën en schimmels, de meststofkorrel afbreken. Door deze geleidelijke vertering en het gebruik van verschillende grondstoffen komen de voedingsstoffen over een langere periode, ongeveer 100 dagen, ter beschikking van de planten.

Voordelen van DCM organische meststoffen ten opzichte van chemische meststoffen  
Chemische meststoffen zijn snel oplosbare zouten, die in één keer ter beschikking komen van de plantenwortels. Maar door een overmaat aan voedingsstoffen bestaat de kans op wortelbeschadiging bij een chemische bemesting. De plant kan de grote hoeveelheid beschikbare voedingsstoffen niet allemaal ineens opnemen en een groot deel van de voedingselementen gaat verloren door uitspoeling.

Bij DCM organische meststoffen gebeurt de vrijstelling van voedingselementen in overeenstemming met de behoefte van de plant. Bij warm en vochtig weer, wanneer de plant snel groeit en dus meer voeding nodig heeft, gebeurt de vertering van de meststof en dus ook de vrijstelling van de voedingselementen sneller. Doordat vrijstelling en opname van voedingselementen op elkaar afgestemd zijn, worden alle voedingselementen opgenomen door de plant. Er gaan nagenoeg geen voedingselementen verloren door uitspoeling en is er geen enkel risico op schade aan de wortels. Organische meststoffen hebben niet alleen een langere werkingsduur, ze zijn bovendien milieuvriendelijk én veilig voor de plant. 

Daarnaast dragen organische meststoffen ook bij aan het opbouwen van organische stof in de grond wat weer bevorderlijk is voor onder andere het bodemleven.

DCM meststoffen in de pioenenteelt
In de pioenenteelt worden een aantal organische meststoffen gebruikt waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen binnen- en buitenteelt. Hieronder vindt u een overzicht met de producten die daarvoor het meest gebruikt worden.

Binnenteelt pioen

  • Mix 2 (7-6-12+4MgO) – strooibare voorraad meststof met hoger kali voor een stevig gewas
  • Micro-mix – strooibare sporenelementen mix (bevat ijzer, mangaan, koper, borium, zink en molybdeen)
  • Vivisol – strooibare korrel, creëert een rijk en gevarieerd bodemleven
  • Olega fer – snelwerkende ijzer bladvoeding

Buitenteelt

  • Mix 5 (10-4-8+3MgO) – strooibare voorraad meststof
  • Vivikali – langzaam werkende organische kali
  • Vivifos – langzaam werkende organische fosfaat (ook bij hoge pH goed beschikbaar)
  • Olega fer -  snelwerkende ijzer bladvoeding

Voor een advies op maat kunt u contact opnemen met uw adviseur.

Slakken: de sluipmoordernaar in uw pioenrozen!

In de winter en het vroege voorjaar kunnen naaktslakjes onder glas maar ook in uw buitenpioenen veel schade veroorzaken. Wees daarom alert op beginnende slakkenvraat en voorkom uitval aan uw komende pioenenoogst.

Slakken zijn weekdieren en kunnen grofweg worden ingedeeld in naaktslakken en huisjesslakken. Onder glas komen vooral de naaktslakken voor. Ze kunnen veel schade aanrichten in allerlei gewassen. Ze zijn weinig tot niet kieskeurig bij de keuze van hun voedsel. Slakken vreten bij voorkeur aan jonge scheuten, bladeren maar ook aan de neuzen van uw pioenen.

Omdat de slakken `s nachts actief zijn en zich overdag terugtrekken, worden ze niet vaak op de beschadigde plantendelen teruggevonden.

Beschadigde plantendelen zijn mogelijke invalspoorten voor allerlei schimmelinfecties.

Contact

Verkoop & Teeltbegeleiding

Heeft u vragen? Wilt u meer komen te weten over de Pioenen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op en we zullen u verder informeren.